Showing posts with label verhalend. Show all posts
Showing posts with label verhalend. Show all posts

Tuesday, 22 January 2013

kies kringen

Hij zat op een bankje, staarde uit over de zee, terwijl de meeuwen hem pestten, hoopten dat hij een van de schijfjes gebakken aardappel naar hen zou werpen. Je weet maar nooit... Jack bekeek ze met argwaan, maar niet voor lang, want zijn gedachten dwaalden al snel af naar datgeen wat de reden was waarom hij al drie kwartier op het bankje aan zee zat.

Hij moest over een uur met de trein naar huis, naar zijn moeder, die voor hem een feestmaal had klaargemaakt in het huisje waar hij tot voor kort had gewoond met zijn zusje. En voelde zich verplicht zijn gezicht te laten zien - hij had immers ingestemd met haar verzoek om na een semester op de campus van de universiteit waar hij studeerde weer eens naar huis te komen. Dat had ze graag gewild, zei ze, de heimwee naar hem met heel veel moeite de mond snoerend. Wat dus niet lukte - Jack had het door de woorden heen gehoord. Ze miste hem, dat wist hij. Maar dat gevoel was niet wederzijds. En daar voelde hij zich nogal klote over...

~ it's better to have loved and lost
than to have never loved at all

Een van de zeemeeuwen had het gewaagd om een stuk chips uit zijn hand te grissen, en Jack was zich een ongeluk geschrokken, maakte een woest gebaar om het beest duidelijk te maken dat ie op moest rotten. Hij lachte in zichzelf, zoveel gedoe om een stukje aardappel... 

Ze had gehuild, toen hij zijn koffer uit haar auto had gehaald, en hij moest een paar tranen wegbijten, niet laten zien dat hij het ook erg vond om op deze plek helemaal opnieuw te beginnen, moeite zou moeten doen om mensen te leren kennen, nieuwe vrienden te maken, dat hij het doodeng vond, want dat zou ze vast niet aan kunnen...

Tuesday, 4 September 2012

gevleugeld

En daar zat ze dan. Met een bekertje koffie op een klif, uitkijkend over heftig klotsend water, met meeuwen die krijsten en de geur van zeewier en zeezout en rottende vis, en ze was al lang niet zo lang alleen geweest, en een gevoel van gelukzaligheid viel over haar heen. Voor eventjes, wist ze wel, ze had dit gevoel al vaker gehad, en ze wist dat die van voorbijgaande aard was, dat ze straks eenzaamheid en angst moest gaan overwinnen, zittend in haar camper een metertje of 15 van die klifrand vandaan. Maar dat deerde nu niet. Gelukzaligheid was er nu, en een bekertje koffie wat ze had gezet in het mini-keukentje en het was wel prima zo. Elly staarde over de Atlantische oceaan die daar ergens, ver voorbij de kust van Cornwall, dominant aanwezig was (tenminste, hij klonk zo wel 's nachts, toen ze probeerde te slapen). Bij het wakker worden, uren geleden, hoorde ze de golven tegen de rotswanden storten, alsof door een reus gesmeten, woedend, of gewoon met teveel energie... Elly glimlachte bij de gedachte aan reuzen in het water, die met gigantische emmers in de weer waren, en blies nog eens in haar mok.

Een plingeltje van haar mobiel deed haar uit de gedachtenstroom halen. Een sms van haar zoon, haar jongste, die meldde dat het stond te gieten in zijn woonplaats, en dat ze zich vooral geen zorgen hoefde maken, omdat hij op zijn werk at en aangezien dat een driesterren hotel was aan de kust stond er meer op het menu dan frietjes en knakworst... En dat hij hoopte dat ze het goed had, daar. Ze stuurde een sms terug met een bevestiging van het laatste, en dat de zon scheen waar ze nu was en dat ze al twee avonden kaastosties had gegeten omdat ze nix anders kon verzinnen... En dat de kleine restaurantjes die ze onderweg tegenkwamen heerlijke rolls met kip deden (ze wist dat hij daar van hield) en dat ze vandaag echt ergens een goede salade ging zoeken. Niet dat het hem veel uitmaakte wat ze at, het was meer voor zichzelf eigenlijk... Een herinnering dat ze ook nu er niemand anders was, goed voor zichzelf moest zorgen. Vooral nu er niemand anders was.

Thursday, 16 August 2012

gewoon normaal

'Wat had je dan liever, een leven vol 'oh well's of eentje vol 'what if's?'

Ik sta in de keuken van mijn flat en snij een paprika aan stukken. Het is voor de salade die ik voor mijn ouders maak, want die hadden zo'n beetje geëist dat ze hun zoon weer zouden  zien, vooral na zijn toch wel speciale vakantie. Ik had ingestemd voordat ik mijn tegenzin in de gaten had. De paprika onder mijn mes ligt zwaar gehavend op het snijplank. Ik dwing mezelf tot vrolijkheid - zo erg zou het toch niet zijn? Een paar uur, en dan zouden we weer naar hun huis in de polder rijden, naar hun leven vol voorspelbaarheid en leugens... Vol...
God wat is er met me? Ik heb helemaal geen hekel aan mijn ouders, tenminste, niet meer dan een normaal mens heeft, ik hou van ze, op mijn eigen manier... Het is mijn zus die gek van ze wordt, niet ik... Soms wilde ik dat ik nooit... Nou ja, nog een week of zo en dan zou zijn leven weer gewoon zijn zoals altijd. Dan ben ik gewoon in mijn normale routine en was dat hele stuk daar, met hem, net alsof het nooit was gebeurd. Dan ben ik weer gewoon Teun van de afdeling psychiatrie en kijk ik nog af en toe naar de foto's en denk ik terug aan drie weken vakantie. Net als andere normale mensen...

'Het kan niet, lief, het kan niets worden, want onze levens passen niet bij elkaar...'

Ik had de advertentie gelezen in een van de vakbladen die in de koffiekamer op het tafeltje lag, ergens in Maart: ze hadden medisch onderlegde mensen nodig in London, voor de paar weken dat daar de Spelen waren. Sommigen werden betaald, maar het merendeel van de mensen zou op vrijwillige basis mee doen. Reacties graag via onderstaande email. Ik maakte er notitie van, ergens op een papiertje. Het idee dat ik een paar weken naar daar zou kunnen, was er al langer - tijdens mijn studie had ik er onderzoek gedaan en was op slag verliefd geworden op de stad en ik wilde graag terug - maar ik schoof hets ook steeds voor me uit, en het leven stak er een stokje voor. Tot ik een week of wat later het briefje weer tegenkwam en een mail stuurde, zonder veel verwachting - er zouden vast duizenden mensen hetzelfde doen, hopende zo dicht bij de actie te kunnen zijn, gratis (ik bedacht me hoeveel andere Hollanders er zouden zijn...). En de mail die ik terugkreeg - graag! - deed me schrikken: ik had er niet meer aan gedacht, had niet eens vakantie gepland in de zomer... Maar kennelijk moest ik er heen, want niemand deed lastig over die drie weken die ik vrij wilde, en zo zat ik dus in het paramedische team van het zwembad (wat om erg onduidelijke redenen het Aquatics Centre werd genoemd ) en mocht ik pleisters plakken op knieën van stoere zwemmers (m/v), voeten verbinden van goddelijke duikers, water brengen naar strenge juries, wind wapperen bij oververhitte fans en kijken naar de indrukwekkende voorstellingen vlak voor mijn neus. Wereldrecords die werden verbroken, dromen die uit elkaar spatten, jaren lange trainingen die voor niets bleken, totale blijdschap omdat er meer bleek te kunnen dan werd gedacht... Soms kneep ik in mijn arm om er zeker van te zijn dat ik hier bij mocht zijn, er naar mocht kijken, er deel van was. En toen stond hij voor mijn neus...

Thursday, 19 July 2012

beneveld

'Zoals ik van jou houdt, zo heb ik nog nooit van iemand gehouden...'

David zat op de bank met een glas wijn in zijn hand en dacht na over de woorden die als een betovering in zijn hoofd nagalmden. Hij begreep ze niet. Wat bedoelde ze ermee? Wat was er zo speciaal aan hem dat hij deze verkondiging deed toekomen? Wat moest hij ermee? Hij nam een slok uit het gas wat in zijn hand bungelde, wat gevaarlijk helde, zodat druppels rode wijn alarmerend dicht tegen de rand hingen. Hij zag het, vanuit een ooghoek, en tilde het glas een ietsje op, stuurde het naar zijn mond en nuttigde een beetje. De warmte van de alcohol brandde zachtjes tegen zijn lippen, op zijn tong en hij voelde het een baan door zijn slokdarm maken naar zijn maag. Met zijn ogen dicht volgde hij de prikkels, was hij blij dat hij even niet aan de woorden hoefde denken die zij had gesproken, liefdevol bedoeld, zo wist hij, maar onbegrepen door hem.

Wat was liefde in godsnaam? Wat had je aan liefde? Liefde deed pijn. Liefde kon je kwetsen... Iedereen die hem tot dan toe had verkondigd van hem te houden, dingen te doen omdat men van hem hield, had hem gekwetst... Ongenadig pijn gedaan, en geen verontschuldiging was ooit gevolgd, geen poging om ongedaan te maken wat hem was aangedaan. Dus hij was er zich voor gaan wapenen. Niemand zou hem meer pijn doen, niemand zou hem meer kunnen raken... Hij was onverschillig geworden voor de tekens van genegenheid die hem sporadisch werden toegeworpen. Hij merkte ze wel op, maar negeerde ze daarna verder. Wat goed zou het hem doen? Wat zou hij eraan hebben om zich in te laten met iemand die mooie woorden had voor hem, vrienden van hem, zoals ze zich noemden, de enkele lieve jongen van zijn middelbare school eerst, die hij leek te kunnen vertrouwen, en daarna op de universiteit, waar hij ook, soms, met vrouwelijke studenten een prettige klik had, maar ook daar bleef hij op zijn hoede. Aan dit soort risico's had hij geen behoefte.

Tuesday, 15 May 2012

free wheelen

Southampton, Zuidkust, Engeland, 1995

'Want...?'
'Want wat?'
'Dit wordt je laatste vakantie waarin je lol hebt... want....'
Ze zaten naast elkaar op de bank in een hoek van de koffietent, met elk een mok warme koffie in de hand, elkaar net niet aanrakend, maar er ook niet ver vanaf. Hij zat iets rechterop, zij had een been onder haar zitvlak en hing tegen de achterkussens. Ze keek hem in de ogen, benieuwd naar het antwoord. Hij ontweek haar, staarde naar een van de tijdschriften die op het tafeltje lag. Zijn donkere ogen kregen ineens iets mattigs, terwijl ze normaal glinsterden van plezier. Hij haalde een hand door zijn zwarte stekels en zuchtte.
Ze ging wat rechterop zitten, keek ernstig naar hem. Ze hadden een uur zitten kletsen, schuilend voor de regen die al de hele ochtend over de stad hing. Ze waren eerst even over het strand gewandeld, langs de kiezels, elkaar plagend, over de les die ze hadden gevolgd, waarin ze elkaar hadden ontdekt, tijdens het maken van een opdracht, en nu hing er een plezierige spanning, een stil vermoeden van wat er zou kunnen gebeuren. Misschien...

Hij maakte een raar gezicht, trok zijn neus op en zuchtte dramatisch, maar met een lach op zijn gezicht.
'Omdat ik na deze vakantie nog een jaar moet studeren en dan is het gedaan met lol maken... Dan moet ik het bedrijf van mijn vader in, en dan wordt ik klaargestoomd...'
'En als je daar nou geen zin in hebt,' vroeg ze met gefronste wenkbrouwen.
'Dan nix...'
Hij grimaste naar haar, maar nu zonder bijbehorende blije ogen. 'Het geeft niets, ik wist dit al toen ik klein was, zo gaat dat nou eenmaal bij ons... In de familie in elk geval...'
Haar wenkbrouwen bleven gefronst, haar twijfel onderschrijvend. 'Vreselijk lijkt me dat... kan me niet voorstellen dat ik dat zou kunnen...'
Hij haalde zijn schouders op. 'Keuze wordt ook overschat... En als ik straks bakken met geld verdien, en een Porsche voor de deur heb staan, kan ik overal heen op vakantie waar ik wil....'
'...Als je daar dan tijd voor hebt... Wat voor bedrijf heeft je vader...?'
'Hij is finacieel adviseur. En da's echt net zo spannend als het klinkt... En wat ga jij doen dan, hierna?'
'Waarna?'
'Na je jaar freewheelen? Dat is dit toch, freewheelen?'

Ze lachte hardop. Ze had het zo genoemd, toen ze elkaar hadden gesproken, twee weken ervoor tijdens de introduktiedag, toen hij, samen met een andere Japanse studente, werd uitverkoren om in het groepje vergevorderden - hun engels was zeer goed, verstaanbaar zelfs - te mogen, zodat ze met een zeer flirterige Tjechische, een introverte Zweedse, een oudere man uit Turkije, twee voormalig Joegoslaven (een uit Bosnië en een uit Kroatië, wat voor meer spanning zorgde dan gezellig was, soms) en een nogal sombere jongen uit Portugal (die mooie gedichten schreef) in een klas zaten, werden voorbereid op het hoogste diploma wat haalbaar was op de talenschool aan de rand van de stad aan zee, aan de hand van hun nurkse, soms hilarisch camp, soms irritant zwaarmoedige leraar Ken. Want freewheelen was ze ook op dat moment precies wat ze deed... Net klaar als au-pair bij een lieve familie in een dorp even verderop, ook net uit een relatie met een eigenzinnige, muzikale Ier, en ze had geen zin om terug te gaan naar haar leven in Holland. En het werk op de administratie op de school was te part time om van te kunnen leven. Haar spaargeld was nog voldoende maar het moest ook niet te lang gaan duren... Ze had geen idee...
'Geen idee...' Nu trok zij haar schouders op, en keek wazig voor zich uit. 'Mijn lichaam verkopen maar, denk ik... Nee, echt, ik zou het niet weten... Misschien kan ik een opleiding gaan volgen, ergens... Dan kan ik het nog even uitstellen... Weet jij nog iets?'
'Bouwvakker? Lijkt me wel wat voor je... Of strandwacht... In een mooi rood badpak... Nou ja, dan heb ik het toch beter voor elkaar...' Hij lachte naar haar en pakte haar hand.  'Er komt vast wel iets moois op je pad, als je er maar in gelooft...'
'Ja, natuurlijk... Zomaar, uit de lucht gevallen...'
Hij keek haar nu ernstig in de ogen. 'You're going to be all right, all right?'
Zijn Japanse accent deed het grappig klinken, en voordat ze hem in twijfel kon gaan trekken, had hij een hand op haar gezciht gelegd en trok naar naar zich toe voor een zoen.
'Wij gaan nog een paar weken lekker freewheelen...,' sprak hij weer na een paar minuten, 'Zin om met me te gaan eten, straks? Mijn vader betaalt...'


Monday, 13 February 2012

botsing

'Ik mag zijn naam niet vertellen, ik heb het beloofd...'

De agent van de Metropolitan Police krabde op zijn voorhoofd en zuchtte nog een keer diep. Hij stond naast een personenwagen die behoorlijk gekreukeld was van voren, met een passagier die net bij bewustzijn was gekomen en een lege bestuurdersstoel, en kreeg weinig zinnigs uit de jongeman die enigzins beduusd tegen de auto leunde. Het was zondagochtend, een uur of 6 en zijn dienst zou er snel op zitten. Het zou allemaal een stuk plezieriger zijn als deze jongen gewoon zijn verhaal deed, vertelde wie er achter het stuur had gezeten en dan kon hij een proces verbaal maken, naar huis rijden en iets wat leek op een gewone zondag beleven met zijn twee zoontjes die hem waarschijnlijk gingen vragen of hij mee wilde voetballen. En daar had hij zoveel meer zin in dan het kruisverhaar wat nu gaande was. Een man van midden twintig, op een plaats van delict - auto tegen een boom gereden, niet erg hard, maar hard genoeg om een behoorlijke deuk te veroorzaken en het bewustzijn van de pasagier te doen verliezen, op de Main Road, en een spoorloze bestuurder, kennelijk eentje die doodsbenauwd was om met de politie in aanraking te komen. Het kenteken nachecken hielp niet - de auto stond op naam van de jongeman, die Leo heette en uit Hammersmith kwam. Een ademtest had al uitgewezen dat hij gedronken had, niet veel, maar genoeg voor problemen, had hij wel achter het stuur gezeten...

'Maar jij hebt duidelijk niet gereden, tenzij je bent geswitched van stoel en alsnog van je stokkie gegaan, maar dat geloof ik niet... Waar ben je bang voor? Informatie blijft vertrouwelijk, tegenwoordig. Weet niet wat je denkt dat er gaat gebeuren.... Tenzij je bestuurder Prins William was... Wacht, het was toch niet...'

'Nee,' zei Leo net iets te hard... 'Nee, hij heeft niets te maken met de koninklijke familie... Hij... Laat maar...' 

Tuesday, 31 January 2012

zo'n vrouw

Zij was er kennelijk zo een...

Zo'n trieste vrouw waar ze wel eens over las in de Libelle bij haar moeder thuis, zo een die niet uit een relatie kon stappen die op een of andere manier niet werkte, maar waarin geen van beiden de stap durfde zetten om er iets aan te doen. De realisatie druppelde langzaam binnen, terwijl ze de afwas deed. De borden en kopjes die door hem waren vuil gemaakt, gisteravond laat, en die zij weer mocht schoonmaken. Alweer...


Ze wist niet of ze boos moest zijn, of welke emotie ze nu eigenlijk voelde. Ze voelde zich verdoofd, lamgeslagen na jaren zoeken naar redenen waarom ze wel gelukkig was, waarom ze zich wel tevreden voelde binnen haar huwelijk, maar de put was leeg. Ze haalde nu alleen maar modder naar boven, de rotzooi die ze zo lang had genegeerd.

Inderdaad, hij was degene die haar een reden had gegeven om te geloven dat er een weg was uit de grauwheid die haar leven toen was, en hij hielp haar om zichzelf te zien als een vrouw die de moeite waard was, gewoon, omdat hij dat vond. Maar de opwinding die dat toen gaf, had al jaren geleden plaats gemaakt voor iets dat leek op vanzelfsprekendheid. Er miste iets, en ze durfde niet toe te geven wat het was.

Het droogrekje vulde zich gestaag met de koffiekopjes en bierglazen, en ze zuchtte diep. Ooit had ze gedroomd over een gepassioneerd leven met een mooie man, eentje die wel leek op haar man, alleen was deze helemaal gek van haar, een beetje zoals je ze in romantische films zag. Zoals je ze kennelijk alleen maar in romantische films zag. Een domme dromer was ze, wist ze van zichzelf. Een dromer, met haar hoofd in een wolk, fantaserend over een leven vol moois en een lieve, maar toch hartstochtelijke man die met liefde en plezier een haardvuur in elkaar toverde, waarbij ze zouden zitten en praten over het Leven en van alles en waardoor ze zich vurig aanbid wist...

Hij had nog nooit gezegd dat hij van haar hield. Soms, dan hoorde ze hem zeggen dat hij om haar gaf, en dan klonk het meer alsof hij met een pistool tegen zijn slaap gedwongen werd haar weer eens gerust te stellen. Ze wist het toch wel, dat hoefde hij toch niet elke week tegen haar te zeggen? Ze wist ook wel dat hij moeite had met het laten zien wat hij voelde, dat zijn liefde tonen hem net zo makkelijk afging als bij haar het geven van een voordracht aan een collegezaal vol tieners... En daar had ze al vijftien jaar rekening mee gehouden. Ze had het in het begin wel eens aangekaart, geprobeerd hem te laten praten over hoe en waarom, maar de kilte die dan in de kamer hing was het haar niet meer waard geweest, dus liet ze het gaan, en werden ze na verloop van tijd, nadat hun twee kinderen steeds meer hun eigen gang gingen, maatjes. En niet meer dan dat...

En dat zou vast en zeker prima zijn geweest - ze voelde zich vereerd dat hij tenminste in haar heel soms durfde vertrouwen, als was zij klaarblijkelijk de enige vrouw in de wereld die deze eer toekwam - als ze nooit had gevoeld wat ze vorige week ineens voelde. Dan had ze geen vergelijkingsmateriaal en kon ze fijn verder met haar leven op half. Maar het was er wel, en nu was zij behoorlijk verward, en bleef het gestalte van de Man in Kwestie koppig steeds terugkomen in haar gedachten... Vervloekte Man in Kwestie!! Waarom moest uitgerekend hij de leerkracht voor keramiek vervangen die nu afwezig was wegens een burn-out?! Maar nee: het lot had anders bedacht en maakte dat hij zich kwam melden, vorige week, op haar kantoor, waar ze de administratie van de middelbare school - voor een deel - onder haar hoede had. En meteen al, toen hij zich voorstelde en vroeg waar hij moest zijn, voelde ze zich warm worden van binnen. Hij lachte zo mooi, vooral naar haar... De rest van de week bleef ze hem tegenkomen, en ze kregen een gesprek over een theatervoorstelling waar ze allebei heen zouden gaan, en ze voelde zich weer net een tiener - niet veel ouder dan haar jongste zoon. Hij raakte haar wel eens aan, terwijl hij praatte en dan voelde ze een lichtflits in haar hoofd.

Ze haalde het stopje uit de gootsteen en veegde het aanrecht schoon. Potjes pindakaas en chocopasta gingen in het daarvoor bestemde mandje in de kast, en de koffiebus zette ze in de koelkast. De blauw met groene bloemetjesmok die ze ooit van vakantie had meegebracht stond klaar voor de koffie uit de kan. Ze spoelde de gootsteen schoon en veegde de laatste kruimels eruit, waarna de poetsdoek in de wasmachine werd gegooid, en ging zitten op de stoel die naast de verwarming stond. Uit haar broekzak haalde ze het papiertje. Zijn telefoonnummer stond erop. In potlood. Als ze hem zou bellen, zou ze nooit meer zo'n vrouw zijn... Niet zo'n triest, maar zo'n andere... En wat had ze liever?

Wednesday, 21 September 2011

redding

Ooit had ze hem zo'n verademing gevonden.
Zijn sterke persoonlijkheid vulde haar toen met blijheid, en ze voelde zich trots dat hij haar geliefde wilde zijn. Hij, die mooie, krachtige man die haar deed denken aan helden in verhalen die ze als jonge vrouw had gelezen. Ooit, dacht ze, ooit zal ik zo'n man tegenkomen en hij zal mij redden... Redden uit mijn leven van lethargie. Uit mijn toestand van niet weten hoe ik verder moet... Zijn kracht en levensdrang zullen zo aanstekelijk werken dat het niet moeilijk zal zijn om er op mee te drijven.

Helaas zou ze pas veel later leren dat mannen zoals hij komen met een (voor vrouwen zoals zij) minder fijne kant. Die eerste tijd was ze zo vol van het mooie wat het leven haar ineens bracht, van de actie en de nieuwe indrukken, van het andere wat ze altijd van een afstand had bezien, dat het idee dat er wellicht ook een prijskaartje hing aan haar geliefde niet eens bij haar opkwam. Wat zou er kunnen zijn dat dit, dit bijna paradijselijke leven, zou kunnen verstoren? Niets toch? Nee, de dagen dat ze er achter kwam dat mannen zoals hij niet alleen maar plezierig zijn, kwamen later, en toen was ze al zo ver heen in haar gevoelens, dat ze er niet over dacht om een einde te maken aan de band die ze leken te hebben...

Niemand had haar gewaarschuwd. Niemand had gezien wat komen ging. En ze zou er doof voor zijn geweest, doof voor de stemmen die haar zouden zeggen dat hij haar verdriet zou doen, en niet eens bewust. Gewoon, omdat hij was zoals hij was... Sterk, onvermurwbaar en vooral: verschrikkelijk zelfstandig... En in dat laatste zat het 'm dus...

Vanuit haar achtergrond gezien was hoe hij was iets bijna ongrijpbaars. Zij verlangde naar zelfstandigheid, naar een leven vol eigen gemaakte beslissingen en het volgen van haar hart. Maar ze voelde ook een draad die haar tegenhield, telkens als ze verder wilde dan die lang was, en dat maakte haar verdrietig. Ze wilde verder, de wereld zien, mensen leren kennen, van de liefde proeven, maar die draad, die bleef maar vastzitten. En hij had haar een schaar geboden, waarmee ze de draad had doorgeknipt, en ze was hem gevolgd, een nieuw leven in, vol onbekends maar toch voelde het vertrouwd. Door de zekerheid die hij bood, gewoon door te zijn wie hij was...

Jarenlang ging het goed, leefden zij voort, zorgde ze voor de kinderen die kwamen, leerde zij verder, maar er knaagde iets. Het duurde lang voordat zij doorhad wat het was, maar een dag werd het duidelijk. Die dag viel het kwartje, zag ze wat ze nooit had willen zien. Wist ze dat de autonomie waarvoor ze viel, lang geleden, zijn zelfstandigheid ook datgene was wat het leven met een sterke, prachtige man als hij zo moeilijk maakte.

Ooit was hij haar redding, nu wist ze dat zij zichzelf moest gaan redden...

Sunday, 31 October 2010

- kneusje :: loser -

Niet opvallen, niet opvallen...
Vooral - vooral - niet opvallen...

Het zinnetje ging als een soort mantra door haar hoofd. Niet opvallen, zodat iemand op het idee zou kunnen komen haar er weer uit te pikken deze week en publiekelijk voor schut te zetten. Of in elkaar te slaan. Of haar tas in de jongens w.c. te zetten, zodat ze door de vreselijke vernedering zou moeten om er naar binnen te gaan en door de daar aanwezige jongens uitgejouwd te worden. Hoewel die iets meeviel, omdat in haar kleine groepje van vrienden (de kneusjes van de school) een paar jongens zat die haar welwillend waren als dat soort dingen gebeurden. Al hadden die niet altijd zin om dan weer slachtoffer te worden van treiterijen...


Niet opvallen. Lastig als je voorkeuren voor zo ongeveer alles uit de toon vielen met wat algemeen geaccepteerd was. Zij hield van The Beatles, terwijl het toch echt handiger zou zijn als ze wist wie er in de top 10 stond die week in 1984... Haar haar zat vreemd, haar kleren waren raar, haar manier van praten uitheems. Dat ze boeken las was verdacht. Wie leest er in godsnaam boeken als het niet hoeft?! Dan ben je dus nogal gestoord. En dan mag je kennelijk in elkaar worden getremd door meiden die daar heel veel last van hebben.


Zou het ooit makkelijker worden? Zou er ooit een tijd komen dat ze normaal over straat zou kunnen, een leven zou kunnen leven waarin ze met rust zou worden gelaten? Het leek haar niet logisch, ze voelde zich eigenlijk altijd en overal bedreigd. Nooit echt op haar gemak. Ja, in haar kamer, daar werd ze met rust gelaten. Daar had ze haar eigen wereld, waar niemand iets vanaf wist, waar ze kon zijn en doen wat ze wilde. Tot op zekere hoogte dan, want ook haar moeder had moeite met wie ze was. Maar die negeerde ze zoveel mogelijk. Een oefening bijna voor de buitenwereld. Ze wist ook wel dat ze niet voor altijd in haar kamer zou kunnen blijven, dat ze ooit een baan zou moeten hebben waar ze van kon leven, en ergens een huisje of een flat zou moeten gaan bewonen. Zelfstandig zijn. Ze had anderen gezien, die er veel vreemder uitzagen dan zij, heel groepen, die levens leefden... Dus het was mogelijk... Misschien ook voor haar. Ooit. Maar daar dacht ze voorlopig nog maar niet aan.

Tot die tijd was het belangrijkste dat ze zo onopvallend mogelijk door het leven ging.

Don't stand out, don't stand out...
Whatever you do - whatever - don't stand out...

The sentence had become like a mantra in her head. Don't stand out, so that someone out there thought about picking you out again that week and publicly humiliate you. Or beat you up. Or put your school bag in the boys' toilet, so that you would have to go through the humiliation of going in there and get howled at by the boys present. Although that one wasn't so bad, as the small group of friends she was a part of (the losers) contained a few boys who were willing to help her out, sometimes. But then, they weren't too keen on becoming the but of jokes themselves.


Don't get noticed. Tricky when all your preferences are out of tune with what is generally accepted in the world around you... She liked the Beatles, when it would really have been more handy to know what was in the top 10 of that week in 1984... And her hair was weird, and her clothes were strange, her way of talking outlandish... She read books - who reads books when you don't have to?! You must be mad, which was apparently a reason to be beaten up by the girls in her year.


Would life ever become easier? Would there ever be a time when she could be who she wanted to be without it creating problems? She didn't think it logical. She felt threatened just about everywhere... Never really relaxed. Well, her bedroom was alright. It was a haven of peace. Her world where she could be who and how she wanted to be. Although her mother was quite perturbed by it, but she could be ignored mostly. An exercise for the outside world. She knew that she couldn't stay in her room for the rest of her life. That she would have to get a job at some point, find a small house or flat to live in. Be independent. She'd seen people look stranger the she did, groups of them, living lives...

But she preferred not to think about that for now...
For now it was important not to stand out too much... Until the time was right...

Thursday, 9 September 2010

- net als in de film -

Voor de zoveelste keer spoelde ze de video terug naar het stukje wat ze al zo vaak had bekeken. De band was gaan vergaan op dat gedeelte en ze wist dat ze binnenkort vast wel om een nieuwe kopie zou gaan moeten gaan in de winkel. Maar dat deerde niet. Ze wilde het nog eens zien, nog eens dat mooie gevoel krijgen van binnen wat ze voelde als ze het zag, nog eens, en nog eens...

De scene waarnaar ze teruggespoelde kende ze intussen uit haar hoofd. Hij, donkerharige held van het verhaal, wandelde uit een meer, liep na een spontane zwempartij in zijn eigen meer naar het idioot grote huis waar hij woonde, waar de vrouw van zijn dromen rondliep, maar wat hij dan niet wist. Vroeger, toen ze vijftien jaar jonger was, praatte ze vaak met haar vriendinnen over deze film, omdat ze allemaal ze zelfde bakvis gevoelens kregen van de donkerharige man, dezelfde kinderachtige gesprekken wilden voeren en hetzelfde misten in hun relatie, zo leek het. Zij prees zichzelf gelukkig, toen, omdat haar relatie de enige was die nog niet aan het verstoffen was. Al haar vriendinnen waren al minstens tien jaar samen met hun man, en zij pas een jaar of drie. Bij hun was het allemaal nog redelijk fris en spannend. Wist zij veel dat bij haar ook die tijd zou komen dat ze als een bakvis met heimwee naar een video zou staren om een gast die intussen vele jaren jonger was dan zij nu uit een goor meer te zien lopen...

Haar kinderen waren tieners, nu. Tieners met liefdesverdriet en problemen waar ze nog net geen lachbui van kreeg, zo banaal leken ze. Lotte van zeventien en Ben van vijftien, die eigen levens leiden en bijna niet meer thuis waren. Haar man wel, die was vaak thuis. Al zijn hobby's speelden zich thuis af, vooral aan de computer. Spelletjes speelde hij, en hij was bij een forum over films. Daar praatte hij met soortgenoten over wat ze van die en die film vonden, en troefden elkaar af met slimme quotes en spitsvondigheden. Zijzelf werkte een avond en had clubs waar ze naartoe ging, dus veel deden ze niet meer samen.

De man liep weer naar het water, trok zijn jasje uit en daarna zijn laarzen en gooide ze nonchalant in het gras. De zon scheen en er hing een zwoele gloed over de bomen en de beplanting aan de kant van het meer. De man streek zijn hand door zijn krullende zwarte haren en keek uit naar zijn huis. Daar zou hij zo dadelijk nieuwe kleren aandoen en een maaltijd nuttigen met zijn zusje en de butler, maar eerst lonkte de verkoeling van het water. In een keer verdween hij erin en voelde hoe hij nat werd, hoe al zijn kleding werd doordrenkt en hij werd omringd door het bruinige water van het door zijn vader aangelegde meer. Hoe heerlijk het voelde en hoe gelukkig hij was....

Hoe lang zou het al geleden zijn dat ze zich zo warm had gevoeld bij de aanblik van een man? Haar man? Heel erg lang, wist ze. Maanden? Jaren? Nee, vast niet zo lang. Maar heimwee had ze er wel naar. Niet zozeer naar hem dan, maar om dat weer eens te voelen voor iemand, dat domme, pure gevoel van begeerte. Gewoon om weer eens te weten hoe dat is... Maar dat was natuurlijk niet zo verstandig, dat wist ze ook wel... Veel verstandiger is het om naar een aftandse videoband te kijken naar een man die onbereikbaar ver weg is, in een ver verleden. Ze zag hoe hij alweer druipend uit het meer was gelopen, water sijpelend langs zijn prachtige lichaam. Hoe hij richting van zijn huis uit keek en aanstalten maakte om er heen te lopen. Niet wetend dat de vrouw van zijn dromen daar een rondleiding kreeg en over een paar minuten naar buiten zou lopen om oog in oog te staan met hem in zijn drijfnatte kledij. Haar hart zou een slag missen, dat wist ze zeker.

Nou dat van haarzelf weer eens...

Thursday, 24 June 2010

- liefdes (3) -

- vervolg -

De geur van koffie kwam hem tegemoet toen hij de keukendeur opendeed. Er was verder niemand, het koffiezet apparaat stond helemaal alleen na te pruttelen en een pak hotelcake lag klaar om aangesneden te worden op de tafel die nog steeds de krassen had die hij en Yvette, zijn zus, erin hadden gemaakt met een aardappelschilmesje. 'gys' stond er nog steeds, en 'yvette', in spijkerschrift. Zijn moeder had het net zo netjes opgeruimd als altijd wanneer er bezoek kwam. Normaal was het een prettig rommeltje, met van alles op tafel waar ze mee bezig was - verstelwerk, een schrijfblok met boodschappen die gedaan zouden moesten worden, mokken thee - maar zodra er bezoek zou komen was het vlekkeloos schoon en onberispelijk netjes. Zoals nu, want het bezoek na de begrafenis van tante Leida zou hier komen. Hij hoorde zijn neefjes al in de woonkamer, en voetstappen die de keukendeur naderden. Hij zetten snel zijn tas neer onder het raam naast de tafel en pakte vlug een glas uit een van de keukenkasten om die te vullen met water.
"Gijs!" hoorde hij de stem van zijn moeder uitroepen. "Oh, wat fijn dat je er bent... Kom gauw naar de kamer, je zus is er al en ik kwam de koffie halen. Wil je ook wat?"
Gijs schudde zijn hoofd, omhelsde haar en liep mee naar de andere kamer, waar een druk gesprek over auto's aan de gang was, tussen zijn vader en zijn zwager. Geen van beiden stond op, knikten alleen afgeleid zijn richting op. Zijn neefjes waren druk bezig met Lego en de poes keek even omhoog. Alleen Yvette liep naar hem toe voor een hartelijke begroeting. Vreemd dat begrafenissen wat dat betrof niet anders waren dan normale familiebijeekomsten...

"Kon Jasper niet mee?"
"Nee, druk met de voorstellingen. Is dat eh... de jongste al weer? Wat wordt hij groot..."
Gijs hurkte zich zij de jongens en groef met zijn hand door de berg legoblokjes. Shit, hoe heette hij nou ook in godsnaam weer? Pim? Peter? Paul, het begon met een p, dat wist hij zeker... Hoe kon hij nou de naam van zijn jongst neefje vergeten? Hij had echt veel te weinig tijd met ze doorgebracht. Maar waar zou hij de tijd vandaan hebben moeten halen? Het orkest vrat instudeer-tijd, met Jasper deed hij ook van alles, en zijn vriendenkring vergde af en toe wat investering, en hij wilde gewoon heel erg vaak totaal niets. En zijn familie schoot er dan als eerste bij in. Yvette al helemaal. Kon hij het helpen dat zij een eigen fotografie-studio had, dat ze bijna nooit thuis was? Nou ja, de aandacht was van zijn privé probleem af gehaald...
"Pascal, heet 'ie, Gijs. En ja, hij is al drie... Gaat bijna naar school... Als je nou af en toe langskwam... Je hebt ons nieuwe huis niet eens gezien! Je moet echt eens langskomen, hoor, ik mis je soms zo. Heb je de nieuwe Volvo al gezien? Hij staat hier voor het huis, hij is echt zo gaaf..."
Gijs knikte af en toe, schudde zijn hoofd en onderging het allemaal zoals hij dat gewoonlijk deed. God hij wilde dat Jasper er nu was, dan had hij iemand die hem niet toesprak alsof hij een van hen was.

De telefoon in zijn broekzak maakte weer een geluidje. Gijs pakte hem en opende het apparaat. Weer niet van Jasper. Nee, weer van dat onbekende nummer. Even dacht hij eraan om het te negeren, maar toch las hij het, als afleiding van het gesprek over - ja, waarover eigenlijk. Hij was de draad al meteen weer kwijt. Oh, scholen, hoorde hij uit een hoek. Spannend.
"welk nummer woont je moeder?" Wat?! Dit texte hij terug.
"welk nummer? voor die verrassing..." Gijs voelde zich ongemakkelijk, en had een dringende behoefte om even naar buiten te lopen. Had hij een stalker of iets? Wat moest hij hier mee? Was Jasper gekidnapt? Of haalde iemand een ontzettend suffe streek uit met hem en lagen ze nu in een deuk om zijn gezenuw erover? Weer bliepte zijn telefoon.
"ik sta aan het begin van de straat, maar ik weet niet welk huisnummer..." Gijs keek de lange straat uit en zag niemand, alleen een oude man met een vuil hondje en die had geen telefoon in zijn hand. Een auto reed langzaam voorbij en claxoneerde plots naast hem, wat maakte dat Gijs opzij keek. Een rode kleine, net als die Jasper had... Een raampje werd omlaag gedraaid en het grijnzende hoofd van zijn vriend werd zichtbaar.
"Hoi," zei die.
"Jij!?" Gijs voelde een combinatie van blijdschap, verbazing en woede in zich omhoog komen. Als dat kon.
"Yep... Dacht dat je wel een bondgenoot kon gebruiken vandaag, met die rare familie van je... Oh, en sorry van de telefoontjes... Ik was die van mij verloren en had een andere gekocht. En omdat jij het nummer nog niet kent, leek het me wel grappig om een geintje met je uit te halen... Niet leuk? Echt niet? He, Gijs, relax, man..."

Gijs lachte, voor het eerst in lange tijd. Blij, inderdaad met een bondgenoot, maar vooral blij dat de ijstijd voorbij was. Dat de luchtigheid terug was in zijn hoofd. Als hij iets had geleerd van hun tijdelijke breuk, was het dat wat hij had met Jasper misschien niet altijd makkelijk was, maar dat het wel datgene was wat hij nodig had nu. En de logeerkamer was wel heel leeg een saai zonder hem, eigenlijk...

Waar een begrafenis soms niet goed voor kon zijn...

- fin -

Sunday, 20 June 2010

- liefdes (2) -

- vervolg –

De dag dat hij Jasper leerde kennen, was de meest afgrijselijke die hij in lange tijd had meegemaakt. Zijn dagen waren normaal nogal voorspelbaar – Gijs hield erg van voorspelbaar, kon niet uit de voeten met veel veranderingen op een dag. Dat zijn klarinet op de grond viel nadat een van zijn collega’s in het orkest zo nodig een handgemeen met iemand anders naast hem wilde aangaan tijdens de repetities, en er zodoende een klepje afbrak was tot daaraan toe. Dat kon worden gerepareerd. Het ging hem wel een hoop geld kosten, wat hij niet had, maar er zou vast wel een mouw aan te passen zijn. Desnoods kon hij geld lenen bij een van zijn vrienden, al was dat wel een laatste wanhoopsdaad, want geld lenen stond bij hem op hetzelfde niveau als zijn lichaam te huur aanbieden, iets wat hij ooit een keer had gedaan om die rotklarinet te kunnen kopen. Hij had zich maanden smerig gevoeld.

Nee, wat de kers op de taart was die dag, die nog een paar mini-rampen bleek te herbergen voor hem, was het telefoontje van zijn zus, met de mededeling dat bij hun moeder een tumor was gevonden in haar baarmoeder en al vrij snel onder het mes zou moeten. Wat zoveel betekende dat het ernstig was. Gijs was aangeslagen en voelde zich machteloos, want een reis naar zijn ouderlijk huis zat er even niet in – er kwam een première aan en een van de muziekstukken wilde maar niet flowen, zoals de dirigent het noemde, waardoor er extra gerepeteerd moest worden. Hij wilde liefst zo snel mogelijk met de eerstvolgende trein weg, maar voelde zich teveel verantwoordelijk voor zijn aandeel in het orkest om aan zijn gevoel gevolg te geven. Dus belde hij een aantal keer die namiddag naar haar, hoorde dat ze steeds wel monter was, hoopte dat zijn vader niet teveel een eikel was en haar eens aandacht kon geven, in plaats van steeds maar andersom, en probeerde zich zoveel mogelijk te focussen op een van de lastige partituren in het duivelse stuk waar het ballet op gedanst moest worden. En daar kwam Jasper in beeld.

Terwijl hij opging in de muziek, merkte hij niet dat een van de dansers op de rand van het podium was gaan zitten. Diep in aandacht voor het moois wat uit het instrument kwam gedwarreld, wegzinkend in de stroom van noten die hem leken mee te voeren, drijvend op een zee van muziek. Gijs keek op van zijn bladmuziek om zichzelf even los te gooien, en zag de jongen die leek te zijn weggedreven, maar door het ophouden van de muziek langzaam weer terug op aarde leek te komen. Hij lachte naar de jongen en die lachte terug. Even maar, maar de elektriciteit die hij voelde was er wel meteen, en ging niet meer weg tot een week of drie terug, toen een woordenwisseling over het feit dat Jasper nooit zijn troep opruimde en er wel heel makkelijk vanuit ging dat Gijs dat wel deed, uitmondde in een soort van verbaal slagveld. De ene na de andere beschuldiging verliet zijn mond, en hij mocht allerlei ongenoegen van de ander in ontvangst nemen, zijn richting in gemept alsof met een baseball bat. Ze voelden zich allebei verbaasd door de passie van de woorden, door de intensiteit van de gevoelens en de onverwachtheid van de komst ervan. Alsof in elkaar geramd, zo voelde Gijs zich, en ze namen een paar dagen de tijd om tot zichzelf te komen. Hij nam zijn intrek in de logeerkamer, en de paar dagen werden een week, twee weken, weken waarin ze apart aten, apart leefden, elkaar niet aanraakten, tot de avond, een week geleden, dat hij werd gebeld omdat zijn moeder nieuws had over haar zus. Die was overleden, bedolven onder een boom tijdens een wandelvakantie in Tsjechië.

Het was haar oudste zus, en had een tijdlang op Gijs en zijn zus gepast toen zijn moeder het ziekenhuis in moest voor een operatie, net in de tijd dat hij door een lastige puberperiode ging en zij voelde zijn problemen feilloos aan, op een eigenaardige manier, alsof ze een soort van radar had voor waar hij mee zat. Ze peuterde net zo lang tot hij met zijn probleem op de proppen kwam, en ze was zo lief omgegaan met hem. Zo on-theatraal, zoals hij vermoedde dat zijn moeder zou hebben gedaan. En inderdaad deed. Maar het idee dat hij smoorverliefd was op een van de jongens uit zijn klas leek een heel stuk minder angstaanjagend toen hij een stuk chocola en een kop thee voor zijn neus kreeg aan tafel in de keuken van tante Leida, die naast hem kwam zitten en hem verzekerde dat het allemaal wel goed zou komen. Dat kwam het met die jongen dan niet echt, maar in zijn leven weer wel. Jasper had die avond zijn ego even opzij gezet en had Gijs vastgehouden en getroost, en even was het weer zoals eerst.

Gebliep weer van zijn mobiel. Het zat diep in zijn jas, ergens in een zakje, en Gijs wroette even voordat hij het ding gevonden had. Een text. Van dat onbekende telefoonnummer weer. Nondeju… “alles goed? heb een verrassing voor je, over J. tot strax” Wat?! Waar sloeg dit op? Hij besloot het nummer te bellen – de persoon aan de andere kant van de lijn te vertellen waar ze het telefoontje konden stoppen… Maar het ging een keer of 8 over, tot de voicemail in werking trad en er alleen een nummer werd genoemd. “stop hier alsjeblieft mee. Kan hier niets mee. Laat me met rust” texte hij terug en deed zijn mobiel in een van de zijvakken van zijn tas. De trein was aangekomen in het station waar hij moest zijn. Over een kwartier ongeveer zou hij oog in oog staan met zijn familie.

- wordt vervolgd -

Friday, 18 June 2010

- liefdes -

Hij zette de tas op zijn bed en opende hem een beetje meer, zodat er ruimte genoeg was. De kast met kleren waaruit hij al een stapeltje had gepakt stond wijd open, en hij overzag de in tweeën gedeelde collectie. Een van hem en een van zijn lief. Zijn lief, die nu op zijn werk zat te wachten tot hij gebeld werd met nieuws over zijn vertrek. Hoewel - wachten... Het was wel een beetje overdreven om te denken dat hij opeens zou gaan zitten wachten naast zijn telefoon. Als Gijs iets had geleerd in de drie jaar dat ze samen waren, was het dat zijn lief zelden smachtend zat te wachten op bericht van de ander. Hij pakte een paar t-shirts van zijn plank uit de kast en legde die voorzichtig op de twee broeken en talloze sokken die al een plekje hadden gevonden in de tas. Er zat er een van Jasper tussen, zag hij snel, het paar olijfgroene die hij graag droeg. Vlug haalde hij ze er tussen uit en legde ze terug in de sokkenla van Jasper. Door het raam van de slaapkamer hoorde hij de schelle stem van de buurvrouw met het rare hondje, die hem tot snelheid maande. Kennelijk had het hondje daar andere ideeën bij en klonk om de tien seconden de steeds woedender klinkende stem van de buurvrouw. Gijs stak even zijn hoofd naar buiten om het tafereel gade te slaan, maar de boom die in hun voortuin groeide versperde zijn uitzicht. Gelukkig maar, want nu zag de buurvrouw ook hem niet, wat een suf gesprek verijdelde. Hij dankte iemand daarboven voor kleine genades...

Vreemde dag om te gaan, dacht hij. Begrafenissen waren toch al niet zijn ding, en nu hij alleen moest reizen (omdat Jasper aan de andere kant van het land een serie voorstellingen had en toch al weinig zin had om mee te gaan, bleek nogal snel uit zijn terloopse opmerkingen), uitgerekend op de 60e verjaardag van zijn vader, verdween elke vorm van enthousiasme om naar zijn ouders te reizen. Zijn zus had aangeboden om via hem om te rijden, maar de gedachte om twee uur in een Grote Auto gepropt te zitten tussen zijn luidruchtige neefjes in, maakte het idee van een treinreis (in gezelschap van zijn i-pod en een goed boek) een nogal onweerstaanbare. Zijn zus was wel oke, en zijn neefjes ook, ergens in de vrije natuur waar ze konden rondrennen, maar de combinatie van die vier plus zijn zwager (die sigaren rookte in de auto?!) gaven Gijs rillingen. Hij wilde uitgerust en ontspannen aankomen in het huis van zijn ouders, de confrontatie met zijn jarige vader op zijn eigen manier aangaan. Het was toch al iets uit zijn Mogelijke Nachtmerrie Bestanden.

Nu ook zijn nette shirt en stropdas (zijn moeder stond op netjes bij een begrafenis, kon niet accepteren dat er tegenwoordig in spijkerbroek aan het graf werd verschenen) hun plaatsje hadden gevonden in zijn tas, gaf hij een ruk aan de rits. Die bleef hangen. Rotding had weer kuren. Jasper had al meerdere keren voorgesteld om een nieuwe te kopen - wat had hij nou aan een weekendtas die niet dichtkon - maar Gijs weigerde. Hij had hem ooit gekocht tijdens een reis naar Zweden, en was er op slag verliefd op geworden, en hoewel de rits het al na een maand of wat begaf, liet hij een nieuw plaatsen, die nu dus niet meer dicht wilde zonder uitgebreid aandacht te krijgen. Hij was het gewend, grapte Gijs, toen Jasper onbegrijpend toekeek, een paar maanden geleden. Zijn lief genoot ook van overdreven veel aandacht. Hij stond niet voor niets bijna elke avond op een podium. Goedkope stoot onder de gordel, vond de ander. Die mokkend de aftocht blies. Waarna Gijs hem achterna liep en hem omhelsde. Hij zou hem geen enkele andere manier gewild hebben, verzekerde hij dan. Wat hij meende. Tot voor kort in elk geval.

Het gebliep van zijn telefoon haalde hem uit zijn gedachten. Een sms. Er stond niet bij van wie. "moet je wat vertellen. gaat over J." Gijs trok zijn wenkbrauwen op. Waar ging dit nou weer over? "wie is dit?" sms'te hij terug. "een fan. of zo. ;-) ik bel je strax". Gijs keek nog een paar keer naar zijn telefoon, en klapte hem dicht. De taxi stond voor de deur om hem naar het station te brengen.

- wordt vervolgd -

Sunday, 9 May 2010

- moederdag -

Soms, dan wilde ze wel van de daken schreeuwen dat ze er een paar had - kinderen. Dan dacht ze dat ze serieus zou worden genomen door de mensen om zich heen, dan had ze een illusie over voor compleet gezien worden. Want ja, dat had ze nodig, die waardering, of meer erkenning. Want waardering kwam er zelden bij, meer een soort van opluchting omdat het gemakkelijker was haar in een hokje te plaatsen, wat door haar kleurrijke kleding of onvolwassen haardracht wellicht niet helemaal makkelijk leek. Moeder was makkelijk. Moeder was universeel erkend als oke. Werkeloos en spiritueel in ontwikkeling niet zo. Huisvrouw al helemaal niet, dat was zo suf. Nee, haar kinderen gaven haar in elk geval een soort van status, waardoor zelfs het huisvrouw zijn (want dat moest toch door iemand worden verricht, al die taken) en spiritueel in ontwikkeling zijn werden gedoogd.

Maar zelfs daar had ze nu geen zin meer in. Ze was moeder, ze had kinderen, heel leuke die langzaam aan allen naar volwassenheid slopen (zij wel...) en zij was nog steeds werkeloos, in de conventionele zin van het woord. Eigenlijk deed ze idioot veel, als ze alles op een rijtje ging zetten. Wat ze soms wel eens deed, zomaar, om overzicht te krijgen. Maar op sommige dagen was zelfs die waslijst niet voldoende om zich goed te doen voelen over zichzelf. So what dat ze wel eens Engelse les gaf? Wat kon het schelen dat haar schilderijen werden gewaardeerd, door haar man, kinderen en een paar vrienden? Ze kon er niet van leven, en was dat niet de bedoeling van zelfstandig zijn? Hoe zou ze ooit een leven voor zichzelf kunnen veroorloven, ze kon helemaal niets. Ze was net zo afhankelijk van haar man nu als vroeger van haar ouders. Wilde ze wel een leven voor zichzelf?

Soms dacht ze erover. De hele zooi thuis achter zich te laten. Alleen gaan wonen. De kinderen hadden haar toch niet meer nodig, nu ze allemaal ouder waren en haar constante zorg niet meer behoefden, hun eigen boterhammen klaarmaakten voor school, en zelfs, in het geval van de oudste, hun eigen was bijhielden... Maar het idee was veel te beangstigend. Dat ze overal alleen voor zou komen staan, dat de nachten koud en eenzaam zouden zijn, dat ze door iedereen uitgelachen of nagewezen zou worden. De behoefte aan zelfstandigheid was de angst voor al die andere dingen (nog) niet overstegen. Misschien kwam het wel, ooit. Misschien was dit wel haar mid-life crisis... Jippie... Dat ze zichzelf eigenlijk diep van binnen geen echte moeder vond, daar waagde ze zich maar niet aan... (want wat was dat dan eigenlijk? Hoe definieer je een echte moeder? Een kind baren? Het zorgen fantastisch vinden? Ze leren zelfstandig te zijn -al heb je zelf geen idee hoe je zelf dat moet zijn?)

En vanmorgen stond er thee naast haar bed, toen ze wakker werd. In een gebloemde mok, die ze ooit had meegenomen uit Engeland. En ze hoorde gestommel op de trap, waarna de deur van de slaapkamer open zoefde en de kinderen hevig grijnzend naar binnen kwamen en haar een bord met toast overhandigden en met liefde ingepakte kadootjes op haar schoot legden. 'Het is Moederdag vandaag!' maakte de jongste nog eens duidelijk, voor het geval ze het was vergeten. Niemand had het er over gehad, moederdag, want in hun huis deden ze niet aan onnozele feestdagen, maar haar man moest ze toch iets hebben verteld. Dus voelde ze hevige vertedering bij het zien van de tekeningen, en gaf ze haar man een knipoog toen chocola na chocola werd ontdaan van het pakpapier. En ze platgeknuffeld werd door de jongste. En hoorde dat de oudste zijn reep zelf had gekocht, zonder prompt van pa.

Prachtige kinders had ze. en de jam zou vast wel uit het dekbedovertrek komen...

Friday, 2 April 2010

- uitgedund -

Van de week zat ik bij de Hema mangosap te drinken en van de vele mensen die voorbij liepen waren een oma, een dochter en een kleinzoon, en daar kreeg ik het volgende verhaaltje bij binnen.

Ze duwde een buggy vooruit, waarin haar kleinzoon was gezeten, die zijn voeten vrolijk op en neer wiebelde. Haar dochter, moeder van het hummeltje, liep ernaast en vertelde honderduit over alle dingen die haar bezighielden. De rammel in de auto die ze niet kon plaatsen, haar kapster die maar niet terugkwam van zwangerschapsverlof, het zoontje wat zijn fruithapjes niet meer bliefde. Ze hoorde het aan, vertelde af en toe wat dingen uit haar eigen leven, maar wist dat er niet echt naar haar geluisterd werd. De winkel waar ze moesten zijn kwam al in beeld. In de winkelruit waar ze nu voorbij liepen zag ze de reflectie van zichzelf - een oude vrouw met opgestoken bruin haar, de buggy met haar blonde kleinzoon en haar dochter, nog steeds babbelend, nu over de buurvrouw die een verhouding had met haar tuinman. Ze dacht aan de verhoudingen die ze zelf graag nog eens zou hebben, ooit, maar het spiegelbeeld wat haar aanstaarde maakte haar duidelijk dat die gedachte verre van realistisch was... Die tijd was voorbij.

Het zat haar nog steeds niet lekker, die opmerking van haar dochter. Ze had hem terloops geplaatst, waarschijnlijk niet eens met de bedoeling haar te kwetsen, alleen maar om haar even ergens op te wijzen, maar toch - nu ze de Hema binnenliep, wist ze niet of ze de spiegel wilde opzoeken of juist angstvallig vermijden. Haar haardos was altijd haar trots geweest, en het 'Goh het wordt wel heel dun van achteren, mam' maakte dat ze zich in een klap heel onzeker voelde. Viel het zo op? Haar dochter was normaal gesproken iemand die zich alleen met zichzelf bezighield, en als zij het al de moeite van het opmerken war vond, wat zouden andere mensen wel niet denken van haar? Zo'n oud mens wat koste wat het kosten zou nog aan haar jeugdigheid vast wilde houden. Hoe triest...

Ooit zag ze er niet veel anders uit dan haar dochter nu - jeugdig, vol leven, vol verhalen, die ze probeerde te vertellen aan haar eigen moeder, maar die was nog verder weg met haar gedachten dan zijzelf nu. Zou het zo altijd gaan? Zou de geschiedenis zich herhalen, telkens een klein beetje anders, een klein beetje verdraaid, maar in grote lijnen precies hetzelfde? Nee, niet aan denken - van denken wordt je gek. Koffie, ze zouden koffie gaan drinken en haar kleinzoon wilde appelsap. Haar jeugd was voorbij en haar kleintje was nu zelf moeder. Niet zeuren, doorgaan met je leven, als je stilstaat ga je dood...

(terwijl ze waarschijnlijk gewoon heel gewoon naar paaseieren en schoenen aan het kijken waren...)